Wie vanaf de Piushaven naar het Falcon-pand kijkt, ziet boven de gevel een rij scherpe driehoeken. Dat is een sheddak, en het is geen versiering. Het is een antwoord op een probleem dat elke fabriek had voordat er goede kunstverlichting bestond: hoe krijg je genoeg licht op een werkbank zonder dat de zon in het werk staat.
De oplossing zit in de richting. De steile kant van elke zaagtand is beglaasd en kijkt naar het noorden. Noordlicht is indirect licht: het komt van de hele hemelkoepel in plaats van van de zon zelf. Dat betekent gelijkmatig licht, de hele dag, zonder harde slagschaduw en zonder dat het om elf uur op de ene werkbank feller is dan op de andere. In een naaiatelier waar regenjassen werden gestikt is dat het verschil tussen goed en slecht werk.
Het oudste deel van dit pand, uit 1933, heeft een sheddak van hout. Het deel uit 1937 heeft er een van staal. Twee bouwperiodes, twee constructiemethodes, en je kunt binnen van het een naar het ander lopen.
Bij de herbestemming is dat dak niet weggewerkt maar het uitgangspunt geworden. Hetzelfde noordlicht dat ooit op naaimachines viel, valt nu op de werkbank van een keukenmaker, op de vitrine van een chocolatier en op het aanrecht van een kookstudio. De functie van het gebouw veranderde, de reden waarom het dak zo is niet.
